De Ig Nobel Prijs is de jaarlijkse prijs voor onderzoek die doet lachen en denken. Het is een ode aan het ongewone en de fantasie, maar dan wel op wetenschappelijk gebied. Juist het ongewone, het onverwachte, het onvoorstel- en onvoorspelbare levert doorbraken op die met noeste, wetenschappelijke arbeid alleen niet het licht zouden hebben gezien. Wetenschappelijke vooruitgang is ondenkbaar zonder inspanning, discipline, uren en structuren. Nauwgezet en doelgericht werken zijn een basis, en soms is een bijzondere bijvangst de beloning.

Ontdekkingen door toeval

Neem Alexander Fleming die in 1928 met vakantie ging, en een petrischaaltje met wat stafylokokken achterliet. Toen hij weer thuiskwam, had de schimmel Penicillium notatum zich in het schaaltje genesteld. Rondom de schimmel waren de bacteriën verdwenen. Het was de ontdekking van de penicilline. Of denk aan Spencer Silver, een chemicus die een sterke lijm wilde ontwikkelen. Twee papiertjes die hij met die lijm aan elkaar had geplakt, bleven niet kleven. Nou ja, de lijmlaag kleefde telkens aan één van de papiertjes en liet los van de andere. Zinloos. Tot een collega zijn lijm gebruikte om zo de pagina’s in zijn psalmboek aan te geven: het begin van het Post-it-geeltje. Cellofaan? Net zoiets. Viagra, de magnetron, teflon, theezakjes, de effecten van LSD, het Amerikaanse continent door Columbus, misschien het leven zelf? Allemaal ‘toevallige ontdekkingen’.

Openstaan voor het onverwachte

‘Als we wisten wat we deden, heette het geen onderzoek,’ zei Einstein die ik vanwege zijn mooie uitspraken zo moeilijk los kan laten. We werken natuurlijk met een concreet doel voor ogen en volgen wetenschappelijke methodes, de ontmoetingen op ons pad zouden we over het hoofd zien als we dat doel en die methodes te strak voor ogen zouden houden. Met een open geest en een open blik ontdekken we veel meer op onze weg, dan met een voortdurende focus op onze verwachtingen. We moeten kunnen openstaan voor toeval, het onverwachte. Natuurlijk, in een laboratorium willen we toeval zoveel mogelijk uitsluiten, maar niet in onze geest. Anders krijgt serendipiteit, zinvol toeval, geen kans.

Serendipiteit met onvermoede uitkomsten

De Dag van de Uitvinders, elk jaar op 9 november, wordt gehouden ter aanmoediging van het nastreven van ideeën om dingen te verbeteren. Ook is de dag ter herinnering van vergeten uitvinders en van grote uitvinders die ons leven hebben verbeterd. Een van die uitvinders is de actrice Hedy Lamarr (1914-2000), geboren op 9 november. Geïnspireerd door haar eerste echtgenoot Fritz Mandl – wapenhandelaar en vliegtuigbouwer aan wie ze ontsnapte door naar Parijs te vertrekken – verdiepte Lamarr zich in radiocommunicatie. Ze vond een techniek uit om een radioverbinding binnen een frequentiebreedte van de ene naar de andere frequentie te laten springen. Samen met de Amerikaanse componist en pianist Georges Antheil (1900-1959) ontwikkelde ze haar idee van frequency hopping. Antheil schreef muziek voor Ballet Mécanique, een film uit 1924. Zestien piano’s, xylofonen en percussie-instrumenten speelden samen. Dat complexe samenspel was voor hem de inspiratiebron voor het synchroniseren van de steeds en snel veranderde radiofrequenties.
Op wat ze hun ‘Secret Communications System’ noemden, kregen ze in 1942 een patent. Dankzij frequency hopping kon een observatievliegtuig – letterlijk ongestoord door de vijand – torpedo’s besturen. Maar de Amerikaanse marine wilde er niet aan, aan zo’n uitvinding van een vrijgevochten actrice en een recalcitrante avant-garde pianist.

Controle laten varen en ruimte voor zinvolle toevalligheid

Was dat het einde van frequency hopping? Nee, het was het begin. Want op een heel andere plaats en tijd wordt hun uitvinding toegepast: wereldwijd en nu. Sinds de jaren tachtig is frequency hopping de standaard in alle vormen van draadloze telefonie. Loop dus rond met ruimte voor zinvolle toevaligheid. Als je de controle laat varen kunnen er “wonder”lijke dingen gebeuren.

Jenny Elissen
Auteur “from big ideas to giant leaps”